Anesthesie of verdoving |
|
|
|
Algehele anesthesieHierbij wordt de anesthesie toegediend via het infuus of via een masker. Nadat u in slaap bent gevallen, wordt vaak een beademingsbuis ingebracht in de luchtpijp. Op deze manier kunnen tijdens de operatie heel eenvoudig zuurstof en narcosegassen worden toegediend. Regionale anesthesieBij regionale anesthesie wordt een deel van het lichaam verdoofd, bijvoorbeeld een arm of het hele onderlichaam. Door het toedienen van een verdovende stof rond de zenuwen die de pijnprikkels overbrengen, wordt het gedeelte van het lichaam dat bij die zenuwen hoort pijnloos. Ook het gevoel en de spierkracht verminderen. Dit geeft een verlamd gevoel: u kunt de arm of de benen niet of nauwelijks bewegen. RuggenprikEen vaak uitgevoerde vorm van regionale anesthesie is die via de 'ruggenprik' (spinale of epidurale verdoving). Hierbij wordt een naald ingebracht tussen de wervels, aan de rugzijde. Als de naald op de goede plek is aangekomen wordt de verdoving via een slangetje ingespoten. De verdoving kan de controle op de blaas verminderen, dus vóór de operatie goed uitplassen. Soms is het nodig om een katheter in te brengen in de urineblaas. Een 'ruggenprik' wordt vaak toegepast bij operaties aan de heup of de benen, maar ook wel voor operaties in de buik- of borstholte. Voor een pijnbehandeling die enkele dagen of langer duurt kan een katheter (slangetje) worden achtergelaten waardoor met behulp van een pompje de verdovende stof kan worden toegediend. |



